maandag 15 januari 2018

Hoofdrekenen, is dat nou memoriseren en/of automatiseren?

Op Wikipedia begint de beschrijving met de volgende volzin: ‘Hoofdrekenen is het maken van berekeningen uit het hoofd, dus met gebruikmaking van de eigen hersencapaciteit en zonder bij het rekenen gebruik te maken van hulpmiddelen zoals een rekenmachine of pen en papier.'

Dat zou ik ook zeggen, maar vervolgens wordt het nogal ingewikkeld en dat niet alleen op Wikipedia … Als het gaat over de invulling van de begrippen memoriseren en automatiseren kom je op internet nogal wat verschillen tegen. Ook ik maak mij daar schuldig aan. In de TempoTest Automatiseren (2010staat namelijk de volgende omschrijving:

‘Er wordt … onderscheid gemaakt tussen automatiseren (de leerling kent alle splitsingen tot en met 20 èn de [deel]tafels van vermenigvuldiging tot en met 10 ‘uit het hoofd’) en hoofdrekenen tot 100 (de leerling kan de bewerking ‘in het hoofd’ vlot organiseren om tot de juiste uitkomst te komen; wanneer dat ‘zonder nadenken’ gaat, is daar in feite ook sprake van automatisering).’

Dat strookt niet meer helemaal met 'de grootste gemene deler' op het internet. Voor mezelf houd ik me daarom nu voorlopig aan onderstaande invulling.

Hoofdrekenen
Het lijkt mij het beste hoofdrekenen te zien als het toepassen van een combinatie van gememoriseerde en geautomatiseerde rekenkennis.

Memoriseren
Het memoriseren heeft als doel te komen tot direct beschikbare kennis. Het gaat om het uit het hoofd kennen van de antwoorden van bewerkingen, zodat de antwoorden direct als rekenfeit paraat zijn. Er wordt geen handige strategie gebruikt om achter het antwoord te komen. Het zijn rekenfeiten die gebruikt kunnen worden bij bijvoorbeeld het automatiseren of het cijferen. Het gaat hier over de hoofdbewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) tot en met 100. 
Feitelijk gaat het daarbij volgens mij om het volgende:
  • Alle splitsingen van de getallen 1 t/m 20 uit het hoofd kunnen opsommen (van bijvoorbeeld het getal 17 horen we dan '1 en 16, 2 en 15, 3 en 14 enz.'). Maar ook wanneer we vragen '17 is 9 en ... ?' dan moet meteen de '8' klinken.
  • De tafels en deeltafels van 1 t/m 10 uit het hoofd kunnen opsommen. Maar ook wanneer we vragen '7 keer 8 is ...?' dan moet meteen '56' klinken.
Automatiseren
Het doel van automatiseren is om snel (binnen enkele seconden) het antwoord te kunnen geven op een som met behulp van, door de leerling al gekende, rekenfeiten en handige strategieën. De leerling voert een oplossingsstrategie uit die zonder nadenken uitgevoerd kan worden en die rechtstreeks naar de oplossing leidt. 
Het is een vorm van verkorting waarbij deelstappen in één keer uitgevoerd worden die in de fasen daarvoor afzonderlijk achter elkaar werden uitgevoerd. Het gaat hier in eerste instantie om de hoofdbewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) tot 100, maar tot 1000 kan het ook. 
Feitelijk gaat het hier om een bijna eindeloze reeks van mogelijkheden, waarbij het 'handig rekenen' een grote plaats inneemt met strategieën als rijgen, splitsen, compenseren, analogie, verwisselen, omvormen, aanvullen, terugtellen, verdelen, verdubbelen/halveren en ga zo maar door. Er lijkt me zelfs ruimte voor eigen 'ontdekkingen' van de leerling.

Tot nader order ga ik voorlopig uit van bovenstaande invulling en ben voornemens een en ander aan te passen in de volgende druk van de TempoTest Automatiseren.

Informatie uit een brochure van de onderwijsinspectie




Voor meer informatie over de TTA, klik hier: 
       

4) Als in het vervolg gesproken wordt over automatiseren, wordt zowel automatiseren als memoriseren bedoeld.

dinsdag 11 juli 2017

DLE's gebruiken bij het volgen van leerlingen


     
Op de website van ParnasSys trof ik een heldere uitleg aan van bovenstaande titel.
Ik neem die tekst graag op in deze blog.


In het basisonderwijs worden kinderen regelmatig getoetst. Om een toetsscore van een leerling betekenis te kunnen geven, moet deze worden geïnterpreteerd. Een toetsscore alléén zegt immers weinig.

Auteur: Machiel Karels, onderwijskundig accountmanager ParnasSys.
Met dank aan 
Johan Schokker, methodoloog bij Boom test uitgevers.

Normscores
Om toetsscores te kunnen interpreteren, moet gebruik worden gemaakt van normscores. Veel scholen gebruiken daarvoor de Cito-niveaus A-E of I-IV. De voortgang van een leerling kan dan met behulp van vaardigheidsscores in beeld worden gebracht. Maar dat is niet de enige manier om de voortgang weer te geven.


DLE: niveau én voortgang
Een alternatief voor de vaardigheidsscores zijn de zogenoemde Didactische Leeftijds Equivalenten (DLE’s). Met een DLE kunnen zowel het niveau van de leerling als zijn of haar voortgang op inzichtelijke wijze worden weergegeven.
Het DLE relateert het beheersingsniveau aan de onderwijsmaand. De onderwijsmaand wordt uitgedrukt als Didactische Leeftijd (DL). Gerekend vanaf groep 3 bestaat het basisonderwijs uit 6 leerjaren. Elk leerjaar heeft 10 onderwijsmaanden. De maanden juli en augustus worden namelijk niet meegerekend. Een basisschoolleerling heeft dus aan het einde van zijn basisschoolloopbaan een DL van 60 onderwijsmaanden.

Onderwijstijd en score
Het DLE drukt de toetsscore uit in de onderwijsmaand waarop een basisschool-leerling gemiddeld dat niveau bereikt.

Enkele voorbeelden
Anja uit groep 6 heeft in december van dat schooljaar een DL (Didactische Leeftijd) van 34 maanden. Zij heeft immers 34 maanden onderwijs gehad, gerekend vanaf begin groep 3.
Anja haalt nu op een toets een DLE van 34. Dit betekent dat de Didactische Leeftijd precies overeenkomt met het gemiddelde van de normgroep. Anja heeft dus een gemiddeld leerrendement, om precies te zijn 100%.
Kees zit in dezelfde klas en haalt op hetzelfde moment een toetsscore van 24. Zijn achterstand is dan 10 maanden. Kees heeft namelijk ook 34 maanden onderwijs gehad, maar scoort alsof hij 24 maanden onderwijs heeft gehad. Zijn leerrendement is 70%. De formule voor het leerrendement is: DLE/DL x 100 = leerrendement.

Voordelen DLE methodiek
Het voordeel van de DLE-methodiek is dat het voor iedereen helder is en voor elke toets hetzelfde. Op deze manier zijn ook de prestaties op de toetsen onderling vergelijkbaar.
Met een DLE kan de school de onderwijspositie van een leerling ook duidelijk én eenduidig communiceren naar de ouders.

DLE boek
In de nieuwe druk van het DLE Boek zijn de DLE-schalen van bijna alle in het Nederlandse basisonderwijs bruikbare testen opgenomen. Door een nieuwe, heldere vormgeving van de tabellen wordt in één oogopslag duidelijk hoe de DLE-schaal is opgebouwd, en welke score een leerling op welk moment in het leerjaar zou moeten behalen zodat er van een leerachterstand geen sprake is. In deze nieuwe druk zijn bovendien zowel de oude als de nieuwe Citonormeringen opgenomen, zodat scholen die indien gewenst nog kunnen vergelijken.

Aanbod ParnasSys gebruikers
Als gebruiker van ParnasSys kunt u gebruikmaken van de meest recente DLE-schalen. Voorwaarde hiervoor is dat u beschikt over het DLE Boek. Dankzij de goede relatie tussen ParnasSys en Boom test uitgevers kunt u het nieuwe DLE Boek nu met korting bestellen: wanneer u het Boek aanschaft in combinatie met een abonnement op de aanvullingen, ontvangt u maar liefst 30% korting op het DLE Boek.
U betaalt dan slechts € 77,00 én u ontvangt de aanvullingen altijd met 10% korting.

DLE boek bestellen
Het gebruik van DLE’s voor het volgen van leerlingen in het basisonderwijs, nieuwe druk DLE Boek (Gerard Melis, Boom test uitgevers, 2015).
Op de site van Boom test uitgevers kunt u het DLE boek met korting bestellen.

woensdag 8 maart 2017

Het toetsen van Technisch Lezen kan anders!



Bij het toetsen van het Technisch Lezen gaat men uit van opvattingen die leiden tot een bepaalde manier van toetsen. 
Ik vind dat je er op een andere manier tegenaan moet kijken. 
Dat leidt dan ook tot een andere toets ... 

Ik stel drie veranderingen voor:

Ten eerste

Er wordt in ons land doorgaans getoetst met leestoetsen die bestaan uit rijen woordjes in betekenisloos verband.* Als de resultaten tegenvallen, wil men nog wel eens doortoetsen met rijen ‘onzinwoorden’.*

Ik vind dat je Technisch Lezen moet toetsen met een tekst. Want … waar gáát het in het ‘leesleven’ nu eigenlijk om? Om het lezen van rijtjes woorden in betekenisloos verband of om het lezen van ‘onzinwoorden’? Lijkt me niet, dat komt in de praktijk van het lezen immers zelden of nooit voor.

Het gaat juist om teksten met woorden in betekenisvol verband, zoals mededelingen, instructies, verhalen, artikelen enz. Daar moet je het mee doen! 
Een tekst, die opklimt in moeilijkheid door te beginnen met korte woorden in korte zinnen en te eindigen met lange woorden in lange zinnen, lijkt mij daarvoor het beste. 
Eén leeskaart (en een parallelkaart) volstaat voor alle groepen: de leerling komt immers bij de volgende afname (hij mag exact 1 minuut lezen) verder in de tekst en heeft dan een hogere score.

Ten tweede

Van het te gebruiken lettertype bij de toets vindt men gewoonlijk dat dit sober (kaal) en eenvoudig moet zijn, om het de leerling niet te moeilijk te maken. 

Ik vind juist van niet: het lettertype moet 'aangekleed' zijn om het onderscheid tussen de letters groter te maken. Kijk eens naar onderstaand voorbeeld:
Stone Informal vind ik een lettertype dat daarvoor in aanmerking komt. Ik ben er namelijk van overtuigd dat dit lettertype meer ‘letterinformatie’ biedt aan met name de zwakke en dyslectische lezer. Vergelijk maar eens de p, b en d bij beide types. De schreefletters (linksboven) onderscheiden zich sterker van elkaar. Zet de letters in gedachten maar eens allemaal met de stok links en het ‘rondje’ rechtsboven: de schreefletters zijn verschillend, de schreefloze letters zijn gelijk…

Ten derde

'Kleine kinderen, grote letters'hoor je vaak en ... dat zie je dan ook! Ik vraag me af waarom dat nodig is. Ik zie daar geen enkele aanleiding toe. Sterker nog, het is mijn ervaring dat kleine kinderen kleine tekens heel goed kunnen zien. Ik herinner me nog goed de peuter, die nauwelijks het babystadium was ontgroeid en slechts en enkel woordje kon spreken. In de strip van Jan Kruis stond op het toch al kleine nachtkastje een wekker. 'Klok!', riep hij en wees hem aan. Ik kon hem nauwelijks onderscheiden ... Ik bedoel maar. 
Tot slot, maak er geen wedstrijd (racelezen) van!   
We willen graag weten of de leerling ‘vlot genoeg’ kan lezen (de signalerende functie van de toets) en als dat voldoende is, zijn we al een heel eind. Het gaat hier immers slechts over 'voorlezen'. Natuurlijk kun je zeggen 'hoe vlotter, hoe beter', maar maak dat niet te belangrijk.
Daarom moeten we ook niet zo de nadruk leggen op die snelheid. Dat brengt de leerlingen alleen maar van hun stuk. Ze raken gestrest. Zo zie je –naast andere kwalijke effecten- bijvoorbeeld vaak leerlingen die bij het volgende woord meteen geluid willen laten horen en 'als een gek' de eerste letters (spellend) gaan opnoemen in de hoop dat het hele woord weldra komt opdoemen ...  Zij willen geen stilte laten vallen tussen de woorden. Ze gunnen zich niet de tijd eerst het hele woord (rustig) te scannen en te herkennen, zodat ze het in een keer goed kunnen voorlezen. Dat heeft natuurlijk een negatief effect op de score. Daarom moeten we daar bij de andere functies van de toets (niveaubepaling, voortgangsbepaling en bepaling van het minimumniveau van ‘functionele geletterdheid’) dan ook rekening houden. 
Hieronder druk ik paragraaf 1.3.4 uit de handleiding van de SVT Technisch Lezen af. Daarin wordt het een en ander toegelicht omtrent het begrip 'functionele geletterdheid' m.b.t. het technisch lezen.
klik op de afbeelding voor een vergroting

Gelet op bovenstaande kan ook de vraag gesteld worden of het regelmatig toetsen
 van technisch lezen nog zin heeft ná het bereiken van het functionele niveau ...


De SVT Technisch Lezen is herzien en heet nu
Boom LVS Technisch Lezen Tekst
Kijk ook even bij de vernieuwde en uitgebreide
mogelijkheden van de Rapportage 

*) Voor diagnostische doeleinden kan deze werkwijze erg nuttig zijn, maar als het voorlezen voldoende is, zou ik niet beginnen aan het lezen van 'losse woordjes' of 'onzinwoorden'. Zo zijn er bijvoorbeeld bij rekenen scholen die bij alle leerlingen de 'TempoTest Automatiseren' afnemen, terwijl de toets Boom LVS Hoofdrekenen (5 min. !) voldoende inzicht geeft. De 'TTA' zou ik pas doen als het tegenvalt en je wilt weten waar de schoen wringt ...


woensdag 25 januari 2017

Werkdruk verminderen? Pak je volgsysteem aan!


De wet- en regelgeving van 2014 (Wet Eindtoetsing PO en Toetsbesluit PO) biedt scholen naast de verplichting tot het hanteren van een leerling- en onderwijsvolgsysteem anderzijds heel veel ruimte voor een eigen invulling, die veel soberder*kan zijn dan op dit moment vaak gebruikelijk is.

*) Kijk ook even hier: Minimale Toetsing LVS

Bovendien hanteert de onderwijsinspectie met ingang van 1 februari 2016 voor de beoordeling van de tussenresultaten geen eigen normen meer. Daardoor valt er bij de scholen een grote druk weg, die leidde tot zeer ongewenste praktijken. De inspectie vroeg tot die datum namelijk naar de LVS-toetsresultaten van Technisch Lezen (TL) in groep 3 en groep 4, Rekenen en Wiskunde (RW) in groep 4 en groep 6 en Begrijpend Lezen (BL) in groep 6.
Dit betekent eveneens dat een oordeel over de tussenresultaten niet langer betrokken wordt bij het eindoordeel over de school. De school volgt de leerlingen dus (weer) 'voor eigen gebruik'. De inspectie blijft in het toezicht wel aandacht schenken aan hoe scholen de ontwikkeling van leerlingen volgen en de wijze waarop dit tot conclusies over het onderwijs leidt. 

De school mag echter zelf bepalen op welke wijze en 
met welke middelen zij dit doet!
(wanneer de school er voor kiest landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen te gebruiken, dan moeten deze door de Cotan -nu de Expertgroep Toetsen PO- zijn toegelaten)

Onderstaande werkwijze acht ik meer* dan voldoende:

Groep 1 en 2: observeren
In groep 1 en 2 is het toepassen van landelijk genormeerde toetsen onwenselijk vanwege de vele bezwaren die eraan kleven. We beperken ons daar dan ook tot het (gestructureerd) observeren en registreren van in hoofdzaak de functieontwikkeling.
Groep 3 t/m 8: bewaken
Bewaken van de voortgang in de leerstof
Omdat de methodgebonden toetsen en de observaties van de leerkracht er al voor zorgen dat de voortgang in de leerstof wordt bewaakt is in groep 3 t/m 8 in principe eens per jaar (in april) toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen voldoende.

Bewaken van het niveau
De landelijk genormeerde, methodeonafhankelijk toetsen zijn er namelijk 'slechts' voor om het niveau te bewaken: lopen we een beetje in de pas met onze leerlingen en met onze manier van werken? 

Bewaken van het ontwikkelingsperspectief
Verder zijn de landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen handig om voor de leerling het ontwikkelingsperspectief  te bewaken.

In principe eens per jaar toetsen met landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen lijkt ten opzichte van de huidige praktijk wellicht weinig, maar op de cruciale momenten gebeurt het wèl twee keer per jaar (zie het afnameschema hieronder: alleen in de groepen 3, 6 en 7 wordt er maar eens per jaar getoetst). En nogmaals, het gaat hier om niveaubewaking (kwaliteitsbewaking t.o.v. de landelijke norm) en daarvoor is negen keer toetsen in de schoolloopbaan (inclusief de eindtoets) meer dan voldoende!          
Aanvulling in groep 4 en 5
In de groepen 4 en 5 wordt in november aanvullend het technisch lezen en hoofdrekenen getoetst, omdat die ontwikkeling daar een stuk sneller gaat.
Groep 8 in november
In groep 8 wordt het toetsen verplaatst naar november, vanwege het vroegtijdig kunnen opmaken van een schooladvies en vanwege de eindtoets die in april/mei wordt afgenomen.

                     (klik op de afbeeldingen voor een vergroting) 

*) Alleen het afnemen van BL, RW en SP is voor de wet al voldoende.

Komt eruit wat erin zit (opbrengsten)? 
Om na te gaan of eruit gekomen is wat erin zit, kan in groep 6 en/of in groep 7 of 8 een klassikale intelligentietest worden afgenomen, waarmee tevens een (pré)advies VO kan worden geformuleerd. Een afname in het begin van groep 6 is aan te bevelen, omdat er dan bij een ongewenst verschil tussen aanleg en resultaat nog voldoende tijd is om er iets aan te doen. Vóór groep 6 kan de school vertrouwen op de leerkracht, hetgeen tevens de nodige rust met zich meebrengt (geeft de leerlingen de ruimte).
Aanvulling in groep 6, 7 of 8
Aanvullend kan in groep 6, 7 of 8 nog een test worden afgenomen, die
iets zegt over de leermotivatie, het doorzettingsvermogen en het zelfvertrouwen.
Voor het observeren van de funktieontwikkeling werd indertijd OPFO en LVS 1-2 ontwikkeld, maar er zijn onderhand vele -soms door de school zelf ontwikkelde- alternatieven voorhanden. 
Naast de alom bekende materialen van het Cito, zijn voor de niveaubepaling de toetsen van het Boom LVS zeer geschikt, vanwege hun sobere karakter (weinig en beknopte materialen) en verminderde taligheid (weinig en beknopte teksten). Bovendien lenen ze zich door hun constructie uitstekend voor het maken van trendanalyses en opbrengstmetingen (komt eruit wat erin zit?). 
Voor de eventuele klassikale intelligentiemeting zijn er de Tussentest (voor groep 6)* en de Drempeltest (voor groep 7 of 8)*. 
De LeerMotivatieTest* kan aanvullend worden afgenomen in groep 6, 7 of 8.
Alle genoemde landelijk genormeerde, methodeonafhankelijke toetsen zijn door de Cotan/Expertgroep toetsen PO goedgekeurd (een wettelijke vereiste) en dus door de inspectie toegelaten.

*) Het mag inmiddels bekend zijn dat ik een sterke voorkeur heb voor het óók afnemen van deze toetsen.

Lees meer over het Boom LVS


Download hier het gratis whitepaper 
'Opbrengstgericht werken voor taal & rekenen' 
waarmee scholen kunnen volgen, analyseren en verdiepen.

maandag 11 juli 2016

A-E (I-V) of DLE, het verhaal van Marietje ...



'We willen Marietje 
van E naar D (V - IV) brengen.'
Kán dat eigenlijk wel? 
Nou, hééél moeilijk!!!



Ik geef een voorbeeld van een zwakke lezer.
(We gebruiken bij dit voorbeeld nog de oude indeling van het Cito (A-E). 
Bij gebruik van de nieuwe indeling (I-V) wordt het voor Marietje nóg moeilijker!)

Marietje leest op de Boom LVS toets Technisch Lezen Tekst (leeskaart B: De mug) in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de A-E frequentietabel van Cito is dat E (ze behoort op dat moment tot de 10% zwakste lezers).

De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Marietje aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer eigenlijk niet mag verwachten.

Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?!
Ja helaas, zij behoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ...

Je vraagt ook nogal wat van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen. Zeker als je bedenkt dat dit in de I-V schaal nóg moeilijker is, daar is V namelijk de zwakste 20% ...

En dan de boodschap aan de ouders: ‘We vinden het jammer dat we geen goed bericht voor u hebben. Marietje scoort nog steeds in E.’ En dat terwijl ze in een jaar tijd méér dan gemiddeld is vooruit gegaan: geen 10 maar 12 maanden (van 30 naar 95 woordjes in de minuut)! 

Zo'n boodschap voelt niet goed en daarom zie je ook dat scholen dat bijna niet meer doen.
Het is ook niet handig om de voortgang van een leerling uit te drukken met behulp van een schaal die je kind indeelt in een niveaugroep (10% zwakste leerlingen). Cito heeft daar dan ook een aantal alternatieven voor. Het formuleren van (leer)doelen als 'We willen Marietje van E naar D brengen' is evenmin handig. We kunnen beter schalen gebruiken waarmee we kunnen aangeven 'hoe ver' de leerling is en wat de vooruitgang is. 

maandag 22 februari 2016

Een brief: 'Leve de SVT !!!'


Vandaag ontving ik een brief van iemand die de SchoolVaardigheidsToets Begrijpend Lezen heeft afgenomen. 
De inhoud van die brief wil ik u niet onthouden, daarom geef ik hem hieronder weer. Doe er uw voordeel mee!
School en naam van de briefschrijver zijn bij mij bekend. 

Beste Teije de Vos, 
In januari hebben we in groep 8 de Cito Begrijpend lezen afgenomen. De resultaten waren zeer belabberd: 12 van de 24 leerlingen scoorden een D of E niveau! 
We dachten dat dit (net als vorig jaar) wel eens zou kunnen liggen aan de motivatie van de kinderen. Immers, de Cito BL bestaat uit zeer lange en wat saaie teksten. Niet echt uitnodigend dus. 
Voordat we allerlei aanpakken gingen verzinnen, besloten we ook de SVT BL af te nemen. Die is vorige week afgenomen (nota bene op een vrijdag!). Ik weet niet of je de Cito en de SVT naast elkaar kunt leggen ... het verschil is duidelijk. Nu zie ik maar meer 5 leerlingen die echt onvoldoende scoren (en dat deden ze ook op de Cito).
De gemiddelde niveauwaarde is van een 2,1 (= lage C) gestegen naar een B niveau. Zowaar één heel niveau omhoog! 
Hetzelfde zag ik afgelopen jaar toen de kinderen van groep 8 de Eindtoets maakten. Ook hier een enorm gat tussen de Cito BL M8 scores en de scores van de Eindtoets BL (de Eindtoets scoorde aanmerkelijk hoger). Ook hier zie ik verschil in motivatie; de teksten van de Eindtoets zijn korter en aantrekkelijker (= motivatie!). De SVT teksten zijn ook niet te lang en afwisselender. Dan kan een kind de gedachten ook beter bij de tekst houden, dus beter scoren. De SVT staat ook dichter bij de dagelijkse lesstof. 
We willen toch weten of er goed les wordt gegeven en welke kinderen extra aandacht nodig hebben? 
Volgens mij is dat beter te meten met de SVT dan met de Cito. Nu weten we echt welke kinderen extra aandacht nodig hebben voor begrijpend lezen. Bovendien werkt dit minder stress-verwekkend voor de leerkracht. 
Dus voor mij: LEVE DE SVT !!!

Meer ervaringen en informatie over het Boom LVS, klik HIER