Onderwerpen

dinsdag 12 september 2017

‘Kees moet van E- naar D-niveau’, is dat realistisch?


Bovenstaande is een ambitieuze doelstelling.
Maar is het ook realistisch?
(klik op de afbeelding voor een vergroting)


We hebben het hier namelijk niet over DLE's, die leervorderingen in beeld brengen, maar over deviatiescores die een positie op de frequentieschaal van zwak (laag scorend) naar goed (hoog scorend) aangeven. Een zwakke leerling zal op een DLE-schaal bij de volgende toets vrijwel zeker verder zijn, maar op een frequentieschaal wordt dat heel moeilijk. Als je een E-leerling bent, behoor je met je score tot de 10% zwaksten en 10% zwaksten zullen/moeten er óók bij de volgende toets weer zijn. Om daaraan te ontsnappen vraagt nogal wat ...

We geven een voorbeeld van een zwakke lezer
Kees leest op de SchoolVaardigheidsToets Technisch Lezen in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de frequentietabel van Cito is dat E. De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Kees aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer eigenlijk niet mag verwachten. Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?! Ja helaas, hij hoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ... Wat vraag je wel niet van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen?!? Het onmogelijke, zou ik zeggen. Zeker als je ze wilt brengen van V naar VI, omdat V hoort bij de zwakste 20%. De stap is dan nog veel groter … In het meest extreme geval moet je ze bij E naar D van percentiel 1 naar 11 brengen, maar bij V naar IV van 1 naar 21 (!)
Daar komt nog bij dat die positie in de frequentietabel doorgaans niet te wijten is aan een gebrek aan motivatie of werklust. Het zit hem meestal in een mindere aanleg/rijpheid en dat is moeilijk te beïnvloeden.

Iets anders wordt het, wanneer de oorzaak gezocht moet worden in een gebrekkige didactiek/instructie of te weinig oefening. Het is daarom sowieso noodzakelijk in dergelijke gevallen eerst te zoeken naar de oorzaak om te bepalen of er een reële kans van slagen is.

Maar ... misschien is het nòg beter je eerst af te vragen of je ontwikkelingsdoelen überhaupt (nog)* wel moet/kunt formuleren in termen van deviatiescores/posities op een frequentieschaal (!)

Er zijn voldoende alternatieven** die een veel beter inzicht geven in voortgang en niveau. Bovendien zijn ze kindvriendelijker ...

*) Het is nog niet zo lang geleden dat je nog de volgende doelstelling kon lezen: ‘Basisscholen en speciale basisscholen streven er naar dat alle leerlingen in een schooljaar op de Cito Leeswoordenschattoetsen minstens een niveau opschuiven. Dat wil zeggen dat E-leerlingen D-leerlingen worden, etc.’ Lees het hier: 'Leesproject mislukt'

**) Cito geeft naast A/E en V/I (percentielen) ook functioneringsniveaus en vaardigheidsscores. De SchoolVaardigheidsToetsen geven naast A/E en V/I ook DLE's, percentielscores en vaardigheidsscores.