Onderwerpen

maandag 11 juli 2016

A-E of DLE ?


Een zwakke leerling kan op een DLE-schaal bij de volgende toets gemakkelijk hoger scoren, maar op een frequentieschaal (A-E/I-V) is dat nog best moeilijk …



Ik geef een voorbeeld van een zwakke lezer.

Marietje leest op de Schoolvaardigheidstoets Technisch Lezen (leeskaart B: De mug) in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de A-E frequentietabel van Cito is dat E (ze behoort op dat moment tot de 10% zwakste lezers).

De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Marietje aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer eigenlijk niet mag verwachten.

Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?!
Ja helaas, zij behoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ...

Je vraagt ook nogal wat van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen. Zeker als je bedenkt dat dit in de I-V schaal nóg moeilijker is, daar is V namelijk de zwakste 20% ...

En dan de boodschap aan de ouders: ‘We vinden het jammer dat we geen goed bericht voor u hebben. Marietje scoort nog steeds in E.’ En dat terwijl ze in een jaar tijd méér dan gemiddeld is vooruit gegaan: geen 10 maar 12 maanden (van 30 naar 95 woordjes in de minuut)! 

Zo'n boodschap voelt niet goed …