Onderwerpen

donderdag 10 juli 2014

Is de leerling het slachtoffer van het sturen op schoolrendement?


In de nieuwsbrief van Verus staat vandaag een belangwekkend artikel onder bovenstaande titel.
We geven het artikel hieronder integraal weer.

Er zijn signalen dat het opbrengstenmodel van de inspectie leidt tot risicomijdend gedrag van vo-scholen, schrijft staatssecretaris Dekker aan de Kamer. Middelbare scholen willen niet het risico lopen afgestraft te worden op een lager rendement. Dekker laat daarom onderzoeken of het sturen op rendementen en cijfers tot ongewenste neveneffecten leidt. 

Rendement en cijfers

Verus waarschuwt al langere tijd dat de overheid teveel en eenzijdig focust op rendementen en cijfers. Dat leidt tot strategisch gedrag van scholen. We zijn blij dat de staatssecretaris deze zorg nu deelt en onderzoek laat doen naar risicomijdend gedrag van scholen. 
Verus benadrukt dat het onderzoek ook inzicht moet geven in de oorzaken van strategisch gedrag van scholen: de te grote nadruk op scores en rendement. Welke rol speelt de toenemende economisering van het onderwijs en de steeds groter wordende verantwoordingsvraag vanuit politiek en maatschappij hierbij?

Beoordeling inspectie

De inspectie beoordeelt een middelbare school op basis van vier indicatoren:
  • Het onderbouwrendement. Hebben leerlingen in het derde jaar de onderwijspositie bereikt die op grond van het basisschooladvies mag worden verwacht?
  • Het bovenbouwrendement. Hebben leerlingen na het tweede leerjaar zonder vertraging, afstroom of schooluitval hun diploma gehaald?
  • Het gemiddelde cijfers van het centraal examen. Gemiddelde van alle leerlingen voor alle algemeen vormende vakken.
  • Verschil tussen schoolexamencijfer en cijfer van het centraal examen.
Het is natuurlijk belangrijk dat de basisschool in haar advies een reëel beeld schetst van de mogelijkheden van de leerling, schrijft Dekker. 

Opstroom belonen

De Kamer vroeg Dekker om een toelichting op de afstroom van leerlingen (een kind gaat bijvoorbeeld van het havo naar vmbo) in het opbrengstmodel van de inspectie.
“Afstroom op zichzelf leidt niet tot een negatief onderbouwrendement”, meldt Dekker. Komt een kind met een vmbo-t advies op het havo, dan wordt afstroom naar het vmbo-t niet negatief beoordeeld door de inspectie. Opstroom wordt positief beoordeeld. En een school die leerlingen lager plaatst dan het basisschooladvies om daarmee betere examenresultaten te behalen, scoort laag op de indicator onderbouwrendement. 

Cito en leerkrachtadvies

Ruim 70% van de schooladviezen kwam in 2009 overeen met de uitkomst van de Cito-eindtoets. Bijna 20% van de schooladviezen viel hoger uit, ruim 10% lager. 
“Leerkrachten baseren hun advies niet alleen op individuele leerprestaties, ze betrekken daar bijvoorbeeld ook de leerwerkhouding en de sociaal-emotionele ontwikkeling bij. Dat is een goede zaak”, schreef de toetsontwikkelaar vorig jaar. Maar het is niet altijd in het voordeel van de leerling dat de school hem of haar kent, aldus Cito.
Uit onderzoek van Cito blijkt dat het hogere leerkrachtadvies vooral leerlingen betreft uit gezinnen met hoge inkomens. Een lager leerkrachtadvies dan het advies op basis van de Cito-score is vaak voor leerlingen uit gezinnen met lage inkomens. 

Het voordeel van de twijfel

Basisscholen mogen leerlingen het voordeel van de twijfel geven als de eindtoetsscore hoger is dan het schooladvies. Naar aanleiding van een aangenomen motie van PvdA-Kamerlid Ypma zal de inspectie middelbare scholen er niet op afrekenen als een leerling lager scoort dan het bijgestelde advies van de basisschool. Zo wordt voorkomen dat een school die leerlingen het voordeel van de twijfel geeft (en een kind met een vmbo-t/havo advies op het havo plaatst) dat terugziet in een negatief rendement wanneer die leerlingen dat toch niet waarmaken.

Sturen op rendementen

“Hoewel de factoren van het opbrengstenmodel een logisch vertrekpunt zijn voor kwaliteitsbeoordeling, zijn er signalen dat het opbrengstenmodel in de praktijk soms anders uitpakt dan gewenst”, realiseert de staatssecretaris zich. “Het sturen op rendementen en cijfers kan tot ongewenste neveneffecten leiden. Uw Kamer signaleerde dat vo-scholen druk uitoefenen op basisscholen om te komen tot een lagere advisering.”
Dekker schrijft ook dat er signalen zijn dat het sturen door scholen op een kleiner verschil tussen school- en centraal examen soms leidt tot eenzijdige aandacht voor de onderdelen die centraal getoetst worden. 

Onderzoek 

Een onafhankelijke onderzoeksinstelling brengt in kaart wat de omvang is en in hoeverre scholen risicomijdend gedrag vertonen en wat mogelijke oplossingen zijn. Voorjaar 2015 moeten de resultaten bekend zijn. 

Cito vindt onderzoek goede zaak

“De signalen die in de brief worden geschetst, hoort Cito uiteraard ook”, reageert Cito-communicatieadviseur Babette Veen. “We vinden het dan ook een goede zaak dat, zoals in de brief wordt voorgesteld, er een onderzoek komt in welke mate deze signalen op waarheid berusten en wat daaraan gedaan kan worden.”
Cito volgt ook wat er gebeurt met leerlingen in het voortgezet onderwijs en hoe hun prestatie daar zich verhoudt tot het Cito-schooltypeadvies. “Leerlingen die gestart zijn in een brugklas van een hoger niveau dan het schooltypeadvies, halen ook vaker een diploma op dat hogere niveau en leerlingen die starten in een lagere brugklas halen vaker een diploma met een lager niveau dan het geadviseerde schooltype.”