Onderwerpen

donderdag 13 maart 2014

Rapport: toegevoegde waarde van de school niet te berekenen

In dit blog hebt u eerder kunnen lezen dat ik het berekenen van de toegevoegde waarde van een basisschool niet zo zag zitten ... Nu blijkt dat ook de commissie, die een en ander heeft onderzocht, nog niet echt overtuigd is!

De commissie spreekt wel van 'schatten', maar nog niet van bepalen of berekenen:

'De pilot heeft [ook] laten zien dat het mogelijk is om de toegevoegde waarde van scholen te schatten op basis van leerwinstgegevens, die gecorrigeerd worden voor relevante niet-schoolse factoren. De bepaling van toegevoegde waarde is echter nog te complex om deze in bestaande toets- en schoolinformatiesystemen toe te passen. In de pilot zijn twee modellen ontwikkeld die van elkaar verschillen in het aantal toetsmomenten dat in het model wordt opgenomen en daardoor ook in hun gebruiksmogelijkheden verschillen.

1. Het vaardigheidsverschil-model is gebaseerd op de vaardigheidsscores op twee LVS-toetsen uit hetzelfde toetsdomein die als begin- en eindmeting dienst doen. Met dit model zou de toegevoegde waarde geschat kunnen worden over een langere onderwijsperiode waarbij slechts gebruik wordt gemaakt van gegevens van twee toetsmomenten, bijvoorbeeld met als beginmeting groep 3 en als eindmeting groep 8. Technisch gezien is zo’n vergelijking mogelijk, maar de vraag is echter of dit tot een betekenisvolle interpretatie van toegevoegde waarde leidt. Dit geldt met name als dit model door scholen gebruikt wordt voor opbrengstgericht werken.

2. Het vaardigheidsgroei-model is gebaseerd op vaardigheidsscores van meer toetsmomenten uit hetzelfde toetsdomein. In het geval een school voor alle leerstofgebieden halfjaarlijks alle LVS-toetsen afneemt, kan op deze wijze voor elk leerstofgebied de toegevoegde waarde over nagenoeg alle tussenliggende leerjaren uit de hele basisschoolperiode worden bepaald.

Ofschoon de scholen de uitkomsten van beide modellen op hun waarde weten te schatten, gaat de voorkeur uit naar het vaardigheidsgroei-model. Dit model biedt zowel de mogelijkheid om terug te kijken naar de geleverde toegevoegde waarde, als vooruit te kijken naar de mogelijke ontwikkeling van de toegevoegde waarde. Het vaardigheidsgroei-model kan dus in dienst staan van zowel het schoolverbeterings- als het accountabilityperspectief.'

Hoewel de commissie verklaart dat het bepalen van de toegevoegde waarde eigenlijk (nog) niet mogelijk is, beschrijft ze voor zichzelf (onder '2.') toch enig houvast voor de toekomst: 'het biedt mogelijkheden ...' De vraag blijft echter: hoe?!? Mocht daar ooit iets uitkomen, dan zal dat naar mijn mening beperkt moeten blijven tot het gebruik op schoolniveau. De school kan dan zijn toegevoegde waarde (op welke onvolkomen manier dan ook 'berekend') vergelijken met een 'landelijke norm' om inzicht te krijgen in de eigen situatie. Vanwege de onvolkomen en risicovolle manier van bepalen van deze toegevoegde waarde, mogen deze cijfers nooit gebruikt worden om scholen de maat te nemen of om ze te plaatsen op ranglijsten.