Onderwerpen

dinsdag 31 januari 2012

Leerlingvolgsysteem: de school is zo vrij als ze zich maar kan wensen!

Aan het lovs worden geen inhoudelijke eisen gesteld. Scholen bepalen zelf welk lovs ze gebruiken en hoe vaak ze het kennisniveau meten, zolang de gebruikte toetsen maar valide en betrouwbaar zijn.


Het voorstel van wet is vandaag naar de Kamer gestuurd: een leerling- en onderwijsvolgsysteem wordt verplicht, maar in het hoe en wat zijn de scholen zo vrij als ze zich maar kunnen wensen. Hoera!
Ik zal u de artikelnummers besparen, maar citeer uit de wet en de toelichting daarop:
De scholen gebruiken een leerling- en onderwijsvolgsysteem waaruit de vorderingen in de kennis en vaardigheden blijken op het niveau van de leerling, de groep en de school. Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten ten minste op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen-wiskunde.

De toetsen voldoen aan het kwaliteitsoordeel van een door Onze minister aangewezen onafhankelijke commissie* betreffende inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering.
*) Zou de Cotan hiervoor in aanmerking komen en nu eindelijk een officiële status krijgen met de bijbehorende transparantie en toegankelijkheid?

Er wordt niet voorgeschreven met welk volgsysteem moet worden gewerkt, noch wordt de frequentie en de inhoud van de toetsing centraal voorgeschreven. Dit blijft behoren tot de inrichtingsvrijheid van scholen.
Gezien de functie van een leerling- en onderwijsvolgsysteem als diagnostisch hulpmiddel van de school om de onderwijspraktijk te verbeteren, laat de nu voorgestelde wettelijke verplichting veel inrichtingsvrijheid aan de scholen en hun besturen. Deze vrijheid heeft onder andere betrekking op de keuze voor een bepaald systeem, op de inrichting van dit systeem, op de momenten en wijze van toetsing van de leerlingen en op de keuze van welke tussentijdse toetsen worden gebruikt. Deze aspecten zijn én blijven voluit een zaak van de professionals in de school. Dit geldt ook voor de vrijheid van scholen om volgens de eigen pedagogisch-didactische en levensbeschouwelijk opvatting invulling te geven aan de wettelijke onderwijstaken.
Met dit wetsvoorstel regelt de regering dat scholen voor primair onderwijs gebruik maken van een leerling- en onderwijsvolgsysteem voor Nederlandse taal en rekenen-wiskunde. Scholen kiezen zelf welk leerling- en onderwijsvolgsysteem zij gebruiken en er komen geen centrale tussentijdse toetsen. Aan het systeem wordt een aantal eisen gesteld, dat beperkt blijft tot de volgende basiselementen:
  • iedere school gebruikt een leerling- en onderwijsvolgsysteem voor het volgen van de ontwikkeling van alle leerlingen;

  • leerlingen worden regelmatig getoetst op ten minste de leergebieden Nederlandse taal en rekenen-wiskunde;
  • de toetsen zijn valide, betrouwbaar en methode-onafhankelijk genormeerd.

Door de eisen te beperken tot deze basiselementen wordt de vrijheid van inrichting gerespecteerd.
Ik ben er blij mee!