Zoeken in dit blog

Wordt geladen...

donderdag 24 maart 2011

Cito en DLE

Op de website van het Cito is en heel helder verhaal te vinden over de voor- en nadelen van DLE’s.
In duidelijke bewoordingen legt het Cito uit hoe zij er tegenaan kijkt:
'DLE, hoe zit het daarmee?'
Met het verhaal valt prima te leven, maar doordat ik er als ‘DLE-fan’ vanuit een iets andere invalshoek tegenaan kijk, heb ik de neiging bij een enkele opmerking van het Cito de zaak van een andere kant te belichten.
Om een ‘welles-nietes’ te voorkomen, kies ik ervoor mijn kijk op zaken nog eens onder de aandacht te brengen. Ik doe dat door het aanhalen van de twee volgende bijdragen in deze blog.
  1. DLE, wat is daarmee?
  2. Hoe maak je een DLE-schaal? (verbeterd)
Overigens …
Op de website van het Cito treffen we óók de volgende tekst aan:

LeerAchterstandenprofiel
Op het LeerAchterstandenprofiel van de leerling die heeft deelgenomen aan de NiveautoetsPlus rapporteren we per onderdeel het aantal opgaven, het aantal goed, de leerjaarniveauscores, de didactische leeftijdsequivalent (DLE), de leerachterstand in jaren (DL) en de leerachterstand (LA). Een leerjaarniveauscore van bijvoorbeeld E6 wil zeggen: de score van de leerling komt ongeveer overeen met het niveau dat leerlingen in het basisonderwijs gemiddeld op het moment Eind groep 6 hebben. De didactische leeftijdsequivalent (DLE) betekent: het niveau van de leerling uitgedrukt in het aantal onderwijsmaanden. De didactische leeftijd is bij de start van groep 3 op 0 gezet. Verder wordt er van uitgegaan dat een schooljaar 10 maanden heeft. Voorbeeld: een leerling uit groep 8 maakt in februari 2008 de NiveautoetsPlus. De leerling zit op dat moment - vanaf de start in groep 3 – ongeveer 55 maanden (5,5 jaar onderwijs) op school. De gemiddelde leerling heeft dan een DLE van 55. Heeft de leerling op dat moment een leerachterstand van een jaar, dan is zijn of haar DLE 45. De didactische leeftijd (DL) is het aantal maanden dat de leerling onderwijs heeft gevolgd. De leerachterstand (LA) van de leerling wordt uitgerekend met een formule 1-(DLE/DL):

  • Ligt de LA tussen de 0,25 en 0,50 voor twee van de vier onderdelen, waarvan minimaal één onderdeel Inzichtelijk rekenen of Begrijpend lezen is, dan voldoet de leerling aan de leerachterstandencriteria voor leerwegondersteunend onderwijs.
  • Is de LA groter dan 0,5 voor twee van de vier onderdelen, waarvan minimaal één onderdeel Inzichtelijk rekenen of Begrijpend lezen is, dan voldoet u kind aan de leerachterstandencriteria voor praktijkonderwijs. De leerling moet naast LA-scores ook aan bepaalde criteria voor IQ (en sociaal-emotioneel functioneren) voldoen. Deze scores worden met andere testen vastgesteld.
We mogen aannemen dat het Cito dit niet echt 'van harte' doet, maar dat deze werkwijze is ingegeven door de wettelijke verplichting tot het verstrekken van DLE’s bij het verwijzen van leerlingen naar het PrO en het LWOO.

Nou ja, wij geven bij onze nieuwe SchoolVaardigheidsToetsen naast de DLE's óók de Cito-schalen ...