Onderwerpen

zaterdag 19 februari 2011

Leesproject mislukt!

De titel wekt de indruk dat het leesproject al ìs mislukt, maar ik voorspel dat het gáát mislukken.
Sterker nog, ik weet het zeker!
De wijze waarop de doelen zijn geformuleerd, houdt namelijk reeds de mislukking in: wat men wil, kan niet!

Eerst maar eens even de doelen:

De slotzin luidt: Basisscholen en speciale basisscholen streven er naar dat alle leerlingen in een schooljaar op de Cito Leeswoordenschattoetsen minstens een niveau opschuiven. Dat wil zeggen dat E-leerlingen D-leerlingen worden, etc.’

De doelstelling doet me denken aan uitspraken van de onderwijsinspectie die door sommige scholen werden gerapporteerd: U hebt te veel E- leerlingen; de volgende keer moeten de E’s veranderd zijn in D’s …

Zowel de doelen als de uitspraken (eigenlijk ook doelen) moeten leiden tot grote teleurstellingen: het kan niet!

We hebben het hier namelijk niet over bijvoorbeeld DLE's, die een vaardigheidsniveau (op de leerlijn) aangeven, maar over deviaties (de afwijking van het gemiddelde) die een positie op de frequentieschaal van zwak naar goed aangeven. Een zwakke leerling kan op een DLE-schaal de volgende keer verder zijn, maar op een frequentieschaal wordt dat heel moeilijk. Als je een E-leerling bent, behoor je tot de 10% zwaksten en 10% zwaksten zullen/moeten er op een frequentieschaal altijd zijn. Ook al worden alle E’s veranderd in D’s, er komen bij hernormering weer 10% (àndere?) E-leerlingen voor in de plaats. Ik geef een voorbeeld van een zwakke lezer.

Marietje leest op de SchoolVaardigheidsToets Technisch Lezen in april groep 4 helaas slechts 30 woordjes in de minuut. Dat is DLE 3 (15 maanden ‘achter’); op de frequentietabel van Cito is dat E. De school maakt zich zorgen en gaat keihard met Marietje aan de slag. Een jaar later is de score 95 woordjes in de minuut, 65 woordjes méér! Dat is DLE 15, een vooruitgang van maar liefst 12 maanden, waar 10 gemiddeld is! Een prestatie van formaat, die je van zo’n zwakke lezer in redelijkheid eigenlijk niet kunt verwachten. Even kijken waar die 95 woordjes op de Cito-schaal staan … een E ?!?!?! Ja, helaas, zij hoort met deze score op dat moment nog steeds tot de 10% zwakst scorende leerlingen ... Wat vraag je wel niet van deze zwakke, doorgaans minder begunstigde, leerlingen als je ze van E naar D wilt brengen?!? Het onmogelijke, zou ik zeggen. Toch lopen er in ons land projecten die dit als doelstelling hebben … (!).

En dan nog iets … ‘Ze moeten allemaal een niveau opschuiven.’ Vraagje: waar blijven de A’s? Of blijven die waar ze zitten en zijn de leerlingen aan het eind van het project allemáál A’s (met misschien een enkele B, zoals sommige projecten het doel formuleren). De E’s zijn sowieso verdwenen en na het tweede projectjaar ook de D’s, etc.
Als toetsenmaker denk ik dan ‘Oei! Het wordt hoog tijd de toets te hernormeren.' Want ik moet in mijn normtabel 10% E-leerlingen hebben, 15% D-leerlingen, 25% C-leerlingen, 25% B-leerlingen en tenslotte 25% A-leerlingen. M.a.w. de ‘opgeklommen’ E-leerlingen (voor zover daar onverhoopt sprake van mocht zijn) worden weer naar beneden getrokken tot in het E-niveau … M.a.w., stel dat je het onmogelijke waar maakt, dan nog zal er sprake zijn van een mislukking: na hernormering blijken er wéér 10% E-leerlingen te zijn, etc.