Onderwerpen

maandag 19 januari 2009

Ontwikkelingperspectief VO op basis van DLE








Op verzoek projecteren we hiernaast
de werkwijze waarmee op basis van
de behaalde DLE een ontwikkelingsperspectief VO
kan worden geformuleerd.


(Klik op de afbeelding voor een vergroting)






Leerlingen verschillen. De een is slimmer dan de ander. De een leert sneller dan de ander. Daarom komen ze aan het eind van de rit (in groep 8) verschillend uit: van Praktijkonderwijs tot VWO.

Het heeft geen zin aan leerlingen te blijven dokteren, wanneer is komen vast te staan ‘dat er niet meer in zit’. De energie kan dan beter worden besteed aan aspecten waarmee de leerling wèl geholpen is (bijvoorbeeld sociale redzaamheid). Anderzijds kunnen leerlingen die over meer potentie beschikken, wellicht aanvullende aandacht krijgen.

Op basis van de geregistreerde resultaten rekent DLE-LVS het ontwikkelingsperspectief van de leerling uit: waar komt de leerling aan het einde van de rit uit, als het zo doorgaat? De gegevens daarvoor zijn ontleend aan het IPMON-Leerlingvolgsysteem (en het SAVU-Leerlingvolgsysteem).

De kernvraag in het kader van dit LVS is steeds: komt het gesignaleerde ontwikkelingsperspectief overeen met onze verwachtingen van de leerling? Stel dat een leerling een ontwikkelingsperspectief PR (Praktijkonderwijs) heeft en in de omgang met de leerling krijgt u de indruk dat er meer in zit. Dan is nader onderzoek gewenst. Blijkt na onderzoek echter dat het ontwikkelingsperspectief past bij de leerling, dan moet het doel zijn dat perspectief te realiseren. In het LVS zal namelijk blijken dat alle pogingen om de leerling ‘er-weer-bij’ te krijgen, doorgaans weinig resultaten opleveren.