Onderwerpen

dinsdag 20 januari 2009

Alle kinderen aan de toets?


Met een toets kun je in het onderwijs twee* dingen
doen:

1) meten hoe ver de leerling is (wat is zijn vaardigheidsniveau?; hoe goed kan hij rekenen?);

2) meten wat de aanleg/potentie van de leerling is (wat zijn de mogelijkheden?; wat mag je van hem verwachten?).







Met deze twee gegevens kun je de belangrijkste vraag die de school zich in het kader van toetsing te stellen heeft, beantwoorden: komt eruit wat erin zit? Dat geldt voor de leerling, maar ook voor de school als geheel. Als de school eruit haalt wat erin zit, doet de school het goed en verdient een compliment (ook al ligt die uitkomst onder het gemiddelde).

Waar niet veel in zit, komt niet veel uit.
Een school kan dus nooit alléén beoordeeld worden op wat eruit komt. De onderwijsinspectie probeert, bij gebrek aan betere middelen, dat wèl te doen aan de hand van de uitslagen van de Eindtoets Cito en/of aan de hand van de stand van zaken in het leerlingvolgsysteem. Zij probeert daarbij rekening te houden met verschillen tussen de schoolpopulaties. Echter, omdat de zoon van de dominee niet slimmer hoeft te zijn dan de dochter van de stratenmaker, voelen scholen zich dikwijls oneerlijk behandeld en zoeken uitvluchten of alternatieven.

Laten zien wat je kunt (en niet wat je niet kunt).
Zo bezien is het verstandig álle kinderen te toetsen op twee inhouden:

- wat zit erin en
- wat komt eruit.

Omdat kinderen enorm verschillen, is het niet verstandig daarbij domeintoetsen (meten een bepaald niveau uit een leerstofgebied/de leerlijn), maar cumulatietoetsen (meten de leerstof van makkelijk naar moeilijk over de hele leerlijn) te gebruiken. In het laatste geval kunnen leerlingen namelijk maken wat ze kunnen en hoeven ze niet te maken wat ze niet kunnen (ze stoppen als ze het niet meer weten). Dat voorkomt frustraties èn de leerling laat zien wat hij kán (en niet wat hij niet kan). Bij domeintoetsen kan het namelijk voorkomen dat de leerling geen enkele opgave kan maken; hij heeft alles fout. Toch moet hij alle opgaven doen. Dáár wordt een kind niet beter van … (en de school ook niet). Bovendien wordt de onderwijsinspectie er niet wijzer van: ze weet alleen wat de leerling niet kan, maar niet wat de leerling wèl kan.

*) Naast het meten van de aanleg/persoonlijkheidsaspecten en het vaardigheidsniveau kun je een test ook nog inzetten als diagnostisch instrument (waar wringt de schoen?) als blijkt dat het niveau te laag is. Een voorbeeld is de nieuwe Tempo Test Automatiseren (opvolger van de Tempo Test Rekenen).